Cafe Sonore bericht: November Music – Cineac Sonore

Van 10 t/m 14 november vindt in Den Bosch het jaarlijkse November Music plaats, het toonaangevende festival voor eigentijdse muziek. ‘De muziek van nu door de makers van nu’, zo luidt het credo van November music. Gecomponeerde muziek, geïmproviseerde muziek, soundart, installaties, electro acoustics en nog veel meer, het komt allemaal voorbij in 5 sprankelende dagen op diverse locaties zoals de Verkade fabriek en de Toonzaal.
Een bijzonder element en voor het eerst dit jaar is de Cineac Sonore. In een zaal in de Verkade fabriek wordt je helemaal ondergedompeld in de sonore wereld van de acousmatische muziek. Een speciale luidsprekeropstelling met maarliefst 8 speakers zorgt ervoor dat je optimaal kunt genieten van kersverse electro akoestische muziek. Tijdens Cineac Sonore  presenteren vijftien Nederlandse componisten hun werk. Cineac Sonore is een samenwerkingsproject van November Music en Muziek Centrum Nederland (Hannah Bosma, Henk Heuvelmans). In het programmaboekje staat een inleiding van Jacqueline Oskamp, van wie komend voorjaar bij Uitgeverij Ambo het boek “Onder stroom Geschiedenis van de elektronische muziek in Nederland” verschijnt. Dit boek wordt op 1 april 2011 gepresenteerd in het Orgelpark (Amsterdam) samen met een dubbel-cd met een bloemlezing van Nederlandse elektro-akoestische muziek uit de periode 1999 2010 (Basta Music), in samenwerking met MCN. Cineac Sonore biedt alvast een voorproefje. Cineac Sonore begint op vrijdag 12 november en duurt t/m zondag 14 november.
 
Programma Cineac Sonore:
Vrijdag 12 november
17:00 Wouter Snoei
18:00 Luc Houtkamp
19:00 Roderik de Man
20:00 Jeroen Strijbos & Rob van Rijswijk
21:00 Evelien van den Broek / Dyane Donck

Zaterdag 13 november
14:00 Henry Vega
15:00 Rozalie Hirs (cd-presentatie en Pulsars)
16:00 Yannis Kyriakides
17:00 Prix Ton Bruynèl
18:00 pauze
19:00 Evelien van den Broek / Dyane Donck
20:00 Rozalie Hirs (In LA)
21:00 Piet-Jan van Rossum

Zondag 14 november
13:00 Jorrit Tamminga
14:00 Kristoffer Zegers
15:00 Kees Tazelaar
16:00 René Uijlenhoet

 ‘een allerdwaaste situatie’ door Jacqueline Oskamp
Twee speakers en een bloemstuk – zo zag het podium in de begintijd van de elektronische muziek er doorgaans uit. Het allereerste ‘elektronische’ concert in ons land vond plaats op 16 november 1957 in het Philips-theater in Eindhoven. Op het programma stond Étude de chemin de fer van Pierre Schaeffer, Notturno van Bruno Maderna, Piece for tape recorder van Vladimir Ussachevsky, Job van Ton de Leeuw, Gesang der Jünglinge van Karlheinz Stockhausen en Kaïn en Abel van Henk Badings. Geen slechte start, moet je achteraf concluderen. Toch reageert de pers sceptisch. De Philips Koerier verzucht dat het begrijpelijk is dat maar weinig mensen er in geslaagd zijn ‘schoonheid te ontdekken in de elektronische voortgebrachte en gemanipuleerde muziek’. In Mens & Melodie trekt Wouter Paap van leer. Hij heeft er geen goed woord voor over dat deze muziek in een concertzaal wordt gepresenteerd (‘een allerdwaaste situatie’), met ‘een pompeus bloemstuk’ naast de luidspreker en ‘een mengsel van liflafkleurtjes, die door schijnwerpers op het achterdoek geworpen werden’. Paap legt de vinger op de zere plek. Hoe elektronische muziek te presenteren? Een veelgeciteerde uitspraak van de componist Ton Bruynèl (1934-1998) luidt:
‘Het is wel aardig, maar je zit toch twee uur naar je schoenveters te kijken.’ Zelf neemt hij rond 1970 de beslissing om elektronische muziek voortaan met akoestische instrumenten te combineren. De aanwezigheid van de musicus op het podium wordt door hem in ere hersteld. Als tegenspeler treft deze een bandrecorder met ‘klanksporen’, zoals Bruynèl de tapepartij consequent noemt.Het publiek hoeft nu niet langer in een zwart gat te staren of naar twee fraai uitgelichte potpalmen te kijken; net als bij een traditioneel concert is er weer het schouwspel van levende muzikanten die live hun instrument bespelen. Bruynèl, die zich in 1988 overigens ook als eerste in Nederland aan de – vandaag de dag zo populaire – combinatie van video en elektronische muziek waagt, is zeker niet de enige die het lege podium als een probleem ervaart. Dick Raaijmakers (1930) maakt eind jaren zestig zijn laatste tapestukken; vanaf dat moment zet hij steeds meer theatrale middelen in, wat culmineert in een reeks spectaculaire muziektheaterstukken (waaronder Hermans Hand en De val van Mussolini), die hij in samenwerking met theatergroep Hollandia ontwerpt.
Michel Waisvisz (1949-2008) kiest voor een fysieke benadering van elektronische muziek: Touch. Hij wil elektronica letterlijk met de hand bespelen: door het binnenste van een apparaat direct aan te raken, ontstaat een ‘hand-tastelijk’ contact. Dit doet hij aanvankelijk door met de hand tape langs de koppen van een bandrecorder te trekken, door een Putney-synthesizer letterlijk binnenste buiten te keren zodat hij soldeerpuntjes en printplaatjes direct kan vastpakken, en door de Kraakdoos te ontwerpen, gebaseerd op het principe dat er een gesloten elektronische circuit ontstaat op het moment dat de speler de tastvlakjes aanraakt. Het zijn allemaal instrumenten die bij uitstek bedoeld zijn voor een live performance. Dat geldt ook voor De Handen die Waisvisz in 1984 ontwerpt. Hierin vindt hij zijn ideale instrument dat hij met eenzelfde inspanning, intensiteit en nuance bespeelt als een violist zijn viool. Zijn filosofie en praktijk vormen een statement tegen enerzijds de tapecomponist van weleer en anderzijds de
laptopmuzikant van nu die helemaal verdwijnt in zijn beeldscherm en het publiek simpelweg negeert. Niet alle componisten maken zich druk om dat lege podium. Sommigen hechtten meer belang aan het onderzoeken en verwezenlijken van hun ideeën dan aan de publieke presentatie van het resultaat. Maar bij veel tapemuziek staat juist de beleving van de muziek centraal. Het luisteren naar tapecomposities vergt toewijding en concentratie: ogen dicht en totale aandacht voor de muziek. Het is een manier van muziek ondergaan die haaks staat op onze huidige cultuur van zappen, multi-tasken en veel visuele informatie. Een vorm van luisteren die daarom in de concertpraktijk in de marge terecht is gekomen. Maar wie de inspanning op kan brengen om zich volledig voor de klanken open te stellen,
wordt deelgenoot van een bijzondere ervaring. Een die elk bloemstuk overbodig maakt.

Cineac Sonore door Hannah Bosma (Muziek Centrum Nederland)
De luidspreker is het middelpunt van de vele stromingen die geschaard worden onder de verzamelnaam ‘elektro-akoestische muziek’: elektronische muziek, musique concrète, akoesmatische muziek, live-elektronica, geluidskunst, radiokunst, klankinstallaties, etc. Hoe de muziek ook gemaakt wordt, met elektronische klankgeneratoren, synthesizers, microfoons of computers, digitaal of analoog, in de studio of live – uiteindelijk wordt deze muziek altijd met luidsprekers tot klinken gebracht. Meer en meer is het onderscheid tussen tape-muziek en live-elektronica aan het vervagen. Nieuwe generaties laten zich beïnvloeden door tal van muzikale ontwikkelingen uit heden en verleden; ze hebben geen zin in hokjesdenken en richtingenstrijd; ze zijn pragmatisch en passen hun aanpak graag aan de omstandigheden aan. Ook de techniek lokt het vervagen van grenzen uit: computers hebben nu zo’n snelle rekenkracht en zo’n groot geheugen dat ze gebruikt worden om zowel vooraf opgenomen stukken af te spelen als realtime live muziek te genereren – en deze verschillende procedé’s worden vaak met elkaar vervlochten.
Voor Cineac Sonore is een keur van vijftien Nederlandse componisten gevraagd om composities met maximaal acht luidsprekers te presenteren zonder live optredens. Bij een aantal van deze componisten vormt zulke tapemuziek het hoofdbestanddeel van hun oeuvre; andere componisten maken veel live-elektronica of geluidsinstallaties, maar laten in de elektronische muziekkamer van November Music hun tape-stukken voor uitsluitend luidsprekers horen – en dan zal de verwantschap tussen deze verschillende domeinen opklinken. De elektro-akoestische muziek heeft een lange traditie om in de concertzaal de luidsprekers op een bijzondere manier in te zetten. Allereerst is de geluidskwaliteit
van de luidsprekers natuurlijk essentieel. In elektro-akoestische muziek spelen subtiele klankkwaliteiten de hoofdrol, die alleen goed tot hun recht komen bij een goed geluidssysteem. Maar ook begon men al vroeg in de elektro-akoestische muziekgeschiedenis te experimenteren met het opstellen van grotere aantallen luidsprekers, om de muziek te verruimtelijken en de klank levendiger te maken. Een beroemd voorbeeld van een bijzondere meervoudige luidsprekeropstelling is het Philips-paviljoen van de Wereldtentoonstelling in Brussel in 1958 met ongeveer vierhonderd luidsprekers – een audiovisuele multimediavoorstelling avant la lettre, Poème électronique, met elektro-akoestische composities van Edgard Varèse en Iannis Xenakis. Deze constructie was speciaal voor deze gelegenheid gemaakt en daarna afgebroken. Klassiek is het componeren voor Cineac Sonore 2010, vier of acht luidsprekers: quadrafonie en octofonie. De film-, dvd- en game-industrie heeft surround-formaten zoals 5.1 populair gemaakt: vijf luidsprekers met een extra luidspreker voor de lage tonen. Dergelijke gangbare opstellingen zijn te verwezenlijken op verschillende locaties en met verschillende apparatuur – zoals in de elektronische muziekkamer Cineac Sonore.
Bij een tapecompositie is er vaak sprake van een aantal klanksporen, dat wil zeggen het aantal afzonderlijk klanklagen die elk afzonderlijk uitgestuurd kunnen worden: twee (stereo), vier, vijf, zes, acht… Een beperkt aantal klanksporen kan over meer luidsprekers worden uitgestuurd; of andersom. Zo is het niet ongebruikelijk om een ‘stereo’-opname in een zaal over meer dat twee luidsprekers te laten horen. Bij Cineac Sonore worden acht luidsprekers en twee subs gebruikt voor tapemuziek met twee, vier, vijf of acht sporen; soms klinken alle acht luidsprekers, soms minder. Het begrip ‘akoesmatische muziek’ is geïnspireerd door het verhaal dat Pythagoras zijn leerlingen onderwees vanachter een gordijn, zodat zij niet werden afgeleid en al hun aandacht op het luisteren naar zijn woorden zouden richten. Bij akoesmatische muziek is het de bedoeling dat alle aandacht op het luisteren is gericht, zonder de visuele afleiding van musici. Door te luisteren met de ogen dicht gaan de oren open.

Evelien van den Broek
Evelien van den Broek is componist en performer. Ze studeerde Film & Televisiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en Muziektechnologie aan de Hogeschool voor de  Kunsten Utrecht, waar zij haar Bachelor of Music (cum laude) en Master of Arts behaalde. Ze componeert en zingt in multimediaprojecten en maakt klankperformances met instrumenten, objecten en elektronica. Als zangeres voerde zij diverse nieuwe composities uit, meestal in combinatie met live elektronica. Een fascinatie voor een specifieke klank of een wonderbaarlijk instrument is vaak het startpunt voor nieuw werk. Evelien schreef de muziek voor de korte film Het Everzwijn met Thom Hoffman en Carice van Houten. Ze componeerde voor .nijnoK, een korte documentaire die een Gouden Kalf en diverse internationale prijzen won. Met choreografe/danseres Eva Baumann maakte ze twee solo dansvoorstellingen en het onderzoeksproject Chimera. Met Anne Karin ten Bosch werkte ze aan drie performance installaties. Ze zong in Oproer 1783 (muziektheater) en Het Nokia Offer (ensemble, tape & elektronica). Voor live uitvoering componeerde ze Wiegelied (speeldoos & elektronica), Tanto de Nada (stem & elektronica met duo bang. grab.stutter.) en Mr. Skylight & Mr. Mob (fietshoorns, megafoons & elektronica bij het collectief In Modo Plastico). Haar werk is uitgevoerd bij o.a. de theaters Frascati, hetveem en Melkweg (Amsterdam), de Rotterdamse Schouwburg, Nederlands Film Festival (Utrecht), IDFA (Amsterdam), Korzo (Den Haag), Kunsthuis Syb (Beetsterzwaag), Künstlerhaus Mousonturm (Frankfurt, Duitsland) en Radio Svizzera Italiana (Lugano, Zwitserland).

E.vd Broek – twttr (fragm)

Dyane Donck 
Dyane Donck is componist en geluidskunstenaar. Zij studeerde grafiek en monumentale kunst aan academie St. Joost in Breda – en speelde als bassist in verschillende bandjes – toen ze vanuit grafische partituren muziek begon te ontdekken. Aansluitend volgde zij de opleiding Muziektechnologie (Compositie en Elektronische Muziek) aan de HKU in Hilversum, waar ze een Tweede Fase en Master behaalde. De interesse in soundscapes kreeg zij via het Centrum voor Elektronische Muziek, waar ze bijna 10 jaar werkte en mede-oprichter was van de KinderKomponeer-Werkplaats. Met beeldend kunstenaar Jake de Vos vormt zij het duo Jake&Dyane dat interactieve klank/video-installaties maakt – van machines die alle klimaten kunnen maken in licht en geluid tot snack-automaten met gefluisterde erotische fantasieën. Hun installaties waren te zien in verschillende galeries en festivals in Europa. Donck initieert vaak eigen projecten en werkt graag samen met andere disciplines. Ze maakte veel tapestukken o.a. voor NPS en VPRO radio. De laatste jaren componeert zij voor instrumenten, maar vrijwel altijd in combinatie met elektronica en/of soundtrack. Momenteel werkt ze o.a. aan een multidisciplinaire voorstelling die actuele en pop-muziek verbindt, en i.s.m. componist Evelien van den Broek aan een installatie met 21 speeldoosjes, die eveneens tijdens November Music te zien is. Ook heeft zij een onderzoeksproject geïnitieerd waarvoor ze een jaar gaat samenwerken met ensemble Lunapark en Axesjazzpower. Daarnaast is Donck als docent verbonden aan academie St. Joost in Breda en Den Bosch en aan de faculteit Kunst, Media en Technologie van de HKU in Hilversum.

I’m really glad we had this conversation (2009) 5’30”

Rozalie Hirs
Rozalie Hirs (*1965) studeerde compositie bij Louis Andriessen aan het Koninklijk Conservatorium, Den Haag, en bij Tristan Murail aan Comlumbia University, New York (Doctor of Musical Arts, 2007). Hirs is gastdocent compositie aan de Guildhall School of Music and Drama, London (2010/11). Haar compositie Roseherte (2008), een opdrachtwerk voor het Radio Filharmonisch Orkest, werd geselecteerd voor Toonzetters als een van de tien beste Nederlandse composities uit dat jaar; Pulsars (2007), geschreven in opdracht van Café Sonore, VPRO Radio, ontving de onderscheiding ‘recommended work’ tijdens het International Rostrum for Electronic Music in 2007. Recent werk is het strijkkwartet Zenit (2010) en Venus (2010) voor slagwerk-ensemble en elektronische geluiden, een opdrachtwerk van Slagwerk Den Haag voor het Holland Festival 2010. Hirs is ook dichter, haar vier dichtbundels Locus (1998), Logos (2002), Speling (2005) en Geluksbrenger verschenen bij Querido, Amsterdam.

Cd Pulsars (2010) (Attaca records)
Samuel Vriezen stelt dat de cd Pulsars ‘getuigt van de diepte van het engagement in Hirs’ werk met het innerlijke leven van klanken, woorden, de fysieke werkelijkheid en betekenis. Of misschien zelfs met innerlijk leven als zodanig. Dit engagement verleent de werken op deze cd een uitzonderlijke intimiteit, of gevoel van nabijheid. Het zijn werken die de luisteraar uitnodigen om te verzinken in hun aanwezigheid, in hun minutieus geconstrueerde klankwerelden, hun processen en het spel van hun betekenissen.’

Pulsars
“De compositie Pulsars (2007) werd geïnspireerd door neutronensterren die, al roterend, elektromagnetische straling uitzenden. Deze straling kan alleen waargenomen worden als de straal recht op de waarnemer gericht is, vergelijkbaar
met de periodieke, ‘pulsererende’ zichtbaarheid van een vuurtoren. Voor de compositie Pulsars ging de componist uit van vogelzang, in de natuur opgenomen door de ornitholoog Magnus Robb. De componist selecteerde hieruit korte
fragmenten en bewerkte deze digitaal via uitrekking en transpositie tot minieme ‘klankatomen’ en bouwstenen die doen denken aan pure sinustonen. De verkregen materialen werden vervolgens onderworpen aan minieme periodieke
transposities en uitrekkingen. Superposities van verschillende hieruit ontstane materialen resulteerde in talrijke pulserende processen (Engels: ‘beatings’). Speciaal voor het vierde deel van Pulsars schreef de componist de tekst inside a word. De woorden volgen een niet gangbare syntax of grammatica. Door de ruimte tussen de woorden en de superpositie van verschillende vloeiende tekstlagen over elkaar heen, kunnen verschillende gelijktijdige betekenissen
naast elkaar bestaan, verschijnen en weer verdwijnen.”

Pulsars (2006-7) 29’

In LA
“In LA is een portet van Louis Andriessen, waarin herinneringen en gedachten door het oor van onze geest sijpelen. Tijdens het compositieproces werd het zogenoemde ‘cocktailparty-effect’ als een metafoor ingezet. Het cocktailpartyeffect is het psycho-akoestische verschijnsel dat in 1953 door E.C. Cherry als zodanig benoemd en onderzocht werd. Het is het vermogen om je binnen een wirwar van gesprekken en achtergrondgeluiden toch te kunnen concentreren op één spreker of geluidsbron. Binnen In LA treedt een kakofonie van concurrende
herinneringen op, die allemaal strijden om de aandacht van de hoofdpersoon, om het daadwerkelijk in het bewustzijn of de herinnering treden. De zes stemmen roepen associaties en gedachten op, vormen stromen van informatie op verschillende locaties binnen het stereoveld (‘brein’). Op deze wijze kunnen we luisteren naar de dichtstbijzijnde herinnering of ons bijvoorbeeld concentreren op een herinnering in de verte, tot ons sprekend vanuit een veld klinkende herinneringen die samen nieuwe betekenissen vormen. De tekst is inhoudelijk losjes gebaseerd op een interview van de componist met haar vroegere leermeester Louis Andriessen, dat in juni 2002 plaats vond. In de opname van deze nieuwe engelse versie hoort u de inmiddels befaamde stem van slagwerker Arnold Marinissen. De geluidstechniek was in handen van Guido Tichelman.”

In LA (2003) 18’

Luc Houtkamp 
Luc Houtkamp (1953, Den Haag) overbrugt als componist verschillende muzikale werelden. Als alt- en tenorsaxofonist heeft hij een achtergrond in jazz en geïmproviseerde muziek; zijn muzikale doel is een continuum tussen improvisatie en compositie. Zijn composities zijn zeer persoonlijk wat betreft geluid en concept en combineren het gebruik van computers en live-elektronica met verschillende vormen van muzieknotatie. Houtkamp baseert zijn stylistische vrijheid op zijn overtuiging dat muzikale stijl van secundair belang is en de expressieve kwaliteit van de muziek zelf moet dienen. Hij is vooral geïnteresseerd in het samenspel van de musici, en hoe hij dit kan leiden door middel van compositie en computergebruik. Na een lange loopbaan als improviserend musicus, richtte Houtkamp in 2002 zijn eigen POW Ensemble op. Dit is een flexibele groep musici met achtergronden in jazz, rock, elektronische en hedendaagse muziek. Dit ensemble is een ideale vertolker van Houtkamps composities. In 2004 ontving Houtkamp de VPRO/Boy Edgarprijs voor jazz en geïmproviseerde muziek. Houtkamp was docent en gastcomponist aan talrijke universiteiten en conservatoria. Hij was lid van de jury van het Gaudeamus Vertolkersconcours 2009. 2000 – 2008 was hij lid van de artistieke adviesraad van Stichting Gaudeamus. Verder was hij bestuurslid van onder andere Stichting Conlon, GeNeCo, BIM en het BUMA Sociaal Fonds. Houtkamps werk is uitgebracht op vele cd’s. In 2010 verscheen zijn cd Continuum (X-OR CD020, 2010) met zijn composities Uiterste Staat en BoX of BriX.

Dick Raaijmakers over Exercise in Swing:
‘Eindelijk na veertig jaar klinken opnieuw die “muizengeluiden”, zoals Misha Mengelberg die
toen noemde, van bedrijvige knaagdiertjes die al knabbelend onze bestaande muziek zitten op te peuzelen.’

L Houtkamp – Exercise in Swing

Yannis Kyriakides
De componist en geluidskunstenaar Yannis Kyriakides (1969) is afkomstig uit Cyprus en Engeland en woont in Amsterdam. Met zijn muziek verkent hij nieuwe vormen en hybride media. Hij componeerde meer dan 80 werken. In 2000 won hij de Gaudeamus Prijs met a conSPIracy cantata, en in 2006 een eervolle vermelding bij de Prix Ars Electronica voor zijn cd Wordless. In 2008 opende zijn opera Ocean of Rain het Aldeburgh festival en in 2007 stond hij als componist centraal in het Huddersfield Contemporary Music Festival. Hij richtte het cd-label UNSOUNDS op, voor nieuwe elektronische muziek. Hij is artistiek leider van het ensemble MAE en doceert compositie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

Varosha:
“In mijn werk van de laatste jaren onderzoek ik narratieve structuren in muzikale multimedia: hoe in een compositie de luisterpositie gevarieerd kan worden. Ook belangrijk zijn het begrip ‘stem’, als geluid en als narratologisch principe, en de verschuivende relatie tussen geluid en taal in de muziek. Varosha is een grootschalige compositie die voortkomt uit een interactieve installatie, Disco Debris (Januari 2010 voor de tentoonstelling Suspended Spaces in Amiens, Frankrijk). Dit was een ruimte waar het publiek liep in een bevroren geluidsveld, een topografie van stemmen en geluiden. Varosha verwijst naar een verlaten toeristische buitenwijk van Famagusta in Noord-Cyprus. Het is onbewoond en vervallen sinds de zomer van 1974, toen het  werd geëvacueerd tijdens een Turkse militaire inval; een spookstad, met 80 hotels, de laatste 37 jaar alleen toegankelijk voor militairen. Ik heb een persoonlijke band met Varosha: wij waren daar op vakantie tijdens de invasie. De dag van het bombardement in juli 1974 is mijn oudste herinnering. Ik was 4 jaar. Ik herinner dat ik de sirenes hoorde en schuilde in de kelder van het hotel, waar ik de dag doorbracht door samen met mijn broer tekeningen op de grond te maken met de kalk die van de muren was gevallen door het bombardement buiten.”

Varosha (2010), 30’

Roderik de Man
“Als componist voel ik mij evenzeer thuis in de wereld van de instrumentale en vocale muziek als in de elektronische. Muzikaal zijn ze in mijn ogen altijd even boeiend en waardevol geweest en wat mij betreft gelden er voor beiden dezelfde muzikale criteria. Dat verklaart waarschijnlijk waarom ik me zo aangetrokken voel tot de combinatie van
akoestische en elektronische klanken, met andere woorden, stemmen of instrumenten met elektronica. De laatste tien jaar zijn daar ook beeld en theatrale elementen bij gekomen. De organische verbinding tussen de verschillende media vind ik van primair belang. Er wordt steeds naar gestreefd werken te maken waarbij de noodzaak verschillende disciplines te laten samenwerken en elkaar te versterken, in ieder geval evident voor de makers moeten zijn. Hoe meer verschillende media worden gecombineerd, hoe moeilijker dat is, maar hoe boeiender de ervaring voor de toeschouwers kan zijn, en hoe waardevoller de opgedane ervaringen zijn voor de makers. In de meeste van mijn elektro-akoestische stukken komen de elektro-akoestische en de instrumentale laag tegelijkertijd tot stand, de ene laag wordt als het ware door de andere gegenereerd. Vaak ga ik in het begin uit van het experimenteren met een eerst gemaakte uitgebreide hoeveelheid samples van de instrumenten. Ik vraag de instrumentalisten een scala aan mogelijkheden te laten horen op hun instrument en leg daarvan een collectie samples aan. Indien mogelijk laat ik ze als laatste sessie graag improviseren. Meestal blijkt een kleine, zorgvuldig gekozen selectie uit al dat gegenereerde materiaal genoeg te zijn om het hele stuk mee te maken. Ook al kan de oorsprong van de klank soms nauwelijks te horen zijn in het klinkende eindresultaat, die organische verbondenheid van de instrumentale klank met de elektronische is voor mijn componeren heel belangrijk.”

Music, when soft voices die…
“Music, when soft voices die… is gecomponeerd in opdracht van het Institut International de Musique Electroacoustique de Bourges en gerealiseerd in de Charibde-studio van dit instituut. Het won de eerste prijs in de Musica Nova competitie in Praag, 2004. De titel heeft betrekking op een gedicht van Percy Bysshe Shelley, de zin werd al eerder gebruikt in een werk voor gemengd koor en tape, On Sensations of Tone. Music, when soft voices die… is een compositie waarin ik heb geprobeerd terug te kijken op mijn ervaringen in de elektronische muziek in de jaren voor dit stuk. Gewoonlijk combineer ik live instrumenten met elektronica, maar dit puur elektronische werk was een interessante uitdaging. De achtsporen-opstelling maakt een geluidsprojectie mogelijk die deel uitmaakte van het originele ontwerp, de stereo-versie is een praktische aanpassing. De herkomst van het geluidsmateriaal is een vermenging van puur elektronisch en oorspronkelijk akoestisch materiaal en refereert (in tegenstelling tot mijn andere stukken) soms aan eerder werk.”

R de Man – music when sof voices die

Hear, hear!
“Hear, hear! werd gemaakt in opdracht van de NPS en gerealiseerd in de studio van de componist. Het gegeven thema was stereofonie/ruimtelijke projectie van geluid. Mijn idee was een geluidslandschap te maken waarin de geluiden en de richting waar vanuit deze werden geprojecteerd als bijna tastbaar zouden kunnen worden ervaren. De geluiden zijn zowel concreet als elektronisch, de projectie ervan is integraal onderdeel van de compositie. Ik beveel de luisteraars aan dit stuk met gesloten ogen te beluisteren en wens hen een spannende akoestische reis toe. ”

R. de Man – hear hear

Piet-Jan van Rossum
Piet-Jan van Rossum (1966, Delft)
1985 -1990 – studie compositie bij Louis Andriessen, Jan Boerman en Dick Raaymakers
1990 – 1994 – studie compositie bij Klaas de Vries en Peter-Jan Wagemans.
1985 – 1990 – studie orgel bij Rienk Jiskoot.
November 2010 – composer in residence bij November Music.
2008 – muziektheater Aantekeningen van een Zoogdier.
2008 – Toonzetters-nominatie voor Attendre longtemps, je suis sans indentité… als één van de beste 10 werken van het jaar.
oktober 2007 – composer in residence bij het ‘festival of new music’ in Bratislawa.
2007 – geselecteerd voor ICMC , Kopenhagen.
2006 – geselecteerd voor ISCM-festival, Stuttgart.
2003 – programmeur bij RUMORI-festival.
2002 – uitvoering en lezingen in Tokyo, Japan.
Van Rossum richt zich bovenal op het componeren. ‘Ik ben lid van een oeroude stam wilde en schuwe vertellers, spelend met tijd en vorm, met vensters naar tuinen waar de tijd trager verloopt. Het is een wereld zoals ik die zie en leef: een houten balk vol splinters, stukken schoonheid en het breken of ontbreken daarvan, veel wachten, stiltes. Dit verklaart mijn fascinatie met gekraste film, roest, een gebroken stem, grammofoonplaten, ouder worden. Het gaat allemaal over het vinden van een nieuwe schoonheid in de corrosie van een oude (klank)wereld. Zoals Aart van der Leeuw schreef: “Ademen kan ik nu eenmaal pas goed in een wereld, die ik volgens mijn eigen droomen heb  herschapen.” Met sommige kunstenaars heeft hij een speciale band, mensen die zich toewijden aan kwaliteit en avontuur: beeldend kunstenaar/regisseur Petra van der Schoot, pianist Reinier van Houdt, slagwerker Arnold Marinissen, sopraan Jennifer van der Hart, het Ives Ensemble en het ensemble MAE.
Zijn werken zijn of worden gespeeld door o.a. het Radio Symfonie Orkest, het Nederlands Ballet Orkest, het Maarten Altena Ensemble, het ASKO/Schoenberg ensemble, het Ives Ensemble, het DoelenEnsemble, het Nieuw Trombone Collectief, de David Kweksilber Bigband, het ASKO Kamerkoor, het Veni ensemble, het ensemble Alpha Tokyo. Aangezien de meeste van zijn werken voor ongebruikelijke bezettingen zijn, werden speciale ensembles geformeerd voor speciale gelegenheden. In 2007/08 maakten Petra van der Schoot en van Rossum de beeldend muziektheater-voorstelling Aantekeningen van een zoogdier; het Zwols Kameroperafestival gaf hen de opdracht voor een nieuw werk in 2011.

Alles dat herinnert, was gister soms later…
“Ik vraag me al jaren af wat de muzikale equivalent is van het brievenboek, het reisverslag, Zoals iemand aan het eind van de dag zijn gedachten en gevoelens over die dag neerschrijft in een dagboek, zo zou ik een vorm willen maken waarin iemand denkt, voelt en herinnert in geluid. Daar kunnen flarden tekst in voorkomen, maar in hoofdzaak vertelt de klank. Ik herinner me delen van mijn leven. Heel concreet, direct geluid van de plaats die ik herinner. Of een interpretatie van die plaats. Of ik herinner me oud werk, onvoltooid werk. Ik herinner me boeken, films, mensen. Al die herinneringen komen langs, in geluid. Ik knip ze hard naast elkaar, er zijn geen overlappingen. Sommige herinneringen zijn een paar seconden, anderen een tiental minuten. Sommigen nemen de gedaante aan van een werk binnen een werk. Een compositie waarbinnen ca. 40 blokjes samengebracht één vertelling vormen, niet naadloos, maar wel noodzakelijk en vanzelfsprekend. Ik ben op zoek naar een nieuwe vorm. De enige componist die ik ken die bezig is geweest met het componeren van persoonlijke reisverslagen met concreet geluid is Luc Ferrari. Een dagboek-variant ken ik niet. Niet als autonome compositie. Begonnen als een werk voor instrumenten en luidsprekers heb ik uiteindelijk besloten dat ‘Alles dat herinnert’ een puur luisterstuk moest worden zonder concrete visuele afleiding. 5 luidsprekers in een donkere ruimte en voor het publiek luie stoelen of matrasjes. Het is een pleidooi dat ik wil houden voor het oor, zolangzaamaan wel 1 van de meest onderschatte zintuigen. Eén van mijn meest intense muzikale belevingen was Hymnen van Stockhausen (ca. 2 uur pure tapemuziek) in een donkere zaal. Een goed tapestuk, goed uitgestuurd over goede luidsprekers kan een overweldigende muzikale en een overweldigende ruimtelijke ervaring zijn. Ik vind het belangrijk om muziek als gecomponeerde ruimtelijke ervaring, intens en zonder afleiding, onderbreking of tussenkomst van andere media te kunnen ondergaan.”

Alles dat herinnert, was gister soms later… (2005-2010) 50’

Rob van Rijswijk & Jeroen Strijbos
De componisten Rob van Rijswijk en Jeroen Strijbos studeerden Cum Laude af aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht in Compositie Elektronische- en Computermuziek alsmede in Compositie Toegepaste Muziek. Aan de Hogskole I Telemark Raulandsakademiet in Rauland, Noorwegen en de NoTAM studio’s in Oslo schreven zij meerdere elektro-akoestische composities. De gezamenlijke werken van Strijbos & Van Rijswijk kenmerken zich door de combinatie van computercompositie met elementen van ruimtelijkheid, vormgeving en muziektechnologie, waarbij de grenzen en snijvlakken van verschillende kunstdisciplines  worden opgezocht. Zij hebben reeds een groot aantal film-, dans- en theaterprojecten van muziek voorzien, waarbij het principe van wederzijdse beïnvloeding tussen componist en choreograaf of regisseur een wederkerende factor blijkt. Hun autonome werk bestaat uit een variëteit aan elektro-akoestische composities voor concert-uitvoeringen alsook diverse klankinstallaties:
SoundSpots, ruimtelijke klankinstallatie met gericht geluid;
Air Sensible, concert voor duo accordeon & live electronica;
Muss Man Erleben, sensorische klankinstallatie;
Whispers, keramische geluidssculptuur;
Dadoc, interactieve klankinstallatie en design-object VOX, concert voor live electronica, 2 sopranen en een grote architecturale ruimte.
SoundSpots was geselecteerd voor de Bourges International Competitions 2009, Electroacoustic Music and Electronic Arts. Strijbos & Van Rijswijk ontvingen een eervolle vermelding bij de Prix Ton Bruynèl 2010.
Concerten/exposities: San Francisco, Londen, New York, Belfast, Parijs, Zürich, Amsterdam en Berlijn.

Rob van Rijswijk en Jeroen Strijbos – whispers

Wouter Snoei
Na zijn studie Sonologie aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag werd Wouter Snoei (1977) actief als componist en elektronica-specialist. Naast werken voor solo-live-elektronica componeerde hij diverse stukken voor elektronica met instrumenten en/of stem, voor o.m. Calefax Rietkwintet, ASKO Kamerkoor, Ensemble Intégrales, VocaalLAB Nederland en de Veenfabriek. Voor Pulse (solo-live-elektronica) ontving hij de Matthijs Vermeulen Aanmoedigingsprijs 2004. Tevens verzorgde hij de klankregie van stukken van o.m. Luigi Nono, John Cage en Gérard Grisey. Als live-elektronica-specialist werkte hij samen met diverse collega-componisten, w.o. Jasper Blom en Cathy van Eck. Hij was recentelijk klankregisseur van Machinations 2009 van Georges Aperghis door VocaalLAB. In november 2009 was hij betrokken bij de uitvoering van Pierre Boulez’ Répons door het ASKO/ Schoenberg-ensemble. Daarnaast is hij ontwikkelaar van en componist voor het Wave Field Synthesis-systeem van Stichting The Game of Life. Hij is docent aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht en het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Snoeis CD Tactile (BVHaast 0109) verscheen april 2009. Beide werken die gepresenteerd worden tijdens Cineac Sonore zijn vroege werken van Wouter Snoei. Ze werden voltooid tijdens zijn studietijd. Consequence werd later herzien voor cd-uitgave. Deze twee werken vormen de basis voor Snoei’s latere werk. Consequence kwam tot stand in de analoge studio van het Conservatorium en maakt gebruik van onder meer opnames van hamstergeluiden. Disintegration is volledig digitaal gerealiseerd, maar wel gebaseerd op technieken uit de analoge studio. De technieken en vormprincipes die in deze twee werken gebruikt zijn spelen nog steeds een rol in Snoei’s huidige werk, dat zich voornamelijk toespitst op live-elektronica en elektro-instrumentaal werk.
(klik HIER voor het Cafe Sonore komponisten portret van Wouter Snoei)

Wouter Snoei – Consequence

Wouter Snoei – Disintegration

Jorrit Tamminga 
“Speakers zijn voor mij instrumenten die het niet erg vinden op andere plaatsen dan in een concertzaal hun muziek te spelen. Zo plaatste ik luidsprekers boven op torens, verschillende speakers in een rioolzuiveringsinstallatie, honderden radio’s in vensterbanken en grote P.A.’s op markten. Zodoende zijn mijn elektronische klanken te horen geweest in kerken (Mechelen, Utrecht, Antwerpen), concertzalen (Madrid, Amsterdam, Berlijn), op straat (Groningen), in fabrieken (Goes, Twente) en vanaf torens (Almere, Kaunas). Het samenwerken met andere kunstenaars vind ik zeer inspirerend. Het laat me verder kijken dan mijn eigen computerscherm. Zo maakte ik met filmmakers Paul en Menno de Nooijer en musici Erik Bosgraaf en Izhar Elias de multimediale muziektheatervoorstelling Jane. Ook met Bosgraaf opende ik in 2007 het festival Oude Muziek te Utrecht met een 45 minuten durende voorstelling met acht speakers en één blokfluit in de Domkerk.”

Shri Yantra
“Samen met de Vlaamse componist Wim Henderickx maakte ik Shri Yantra, een remix van zijn opera Void/Sunyata. Vijf korte opnames van Tibetaanse cimbalen, brekend hout, druppelend water, tikkende steentjes en adem vormden het basismateriaal van deze compositie. Het uitgangspunt vormde de mandala Shri Yantra.”

Shri Yantra (2009, gecomponeerd met Wim Henderickx) 15’41”

Bosch
“Bosch is geschreven voor een expositie over het gelijknamige verdwenen waddeneiland. Met ruis en sinustonen zijn alle klanken vervaardigd. De synthetische geluiden representeren de drie klankfamilies (water, land, mens). Het stuk verklankt de opkomst en de ondergang van dit Hollandse Atlantis.”

Bosch (2007) 15’25”

Kees Tazelaar
Kees Tazelaar (1962, Den Haag) studeerde Sonologie in Utrecht en Den Haag en daarna compositie bij Jan Boerman aan het Koninklijk Conservatorium. Sindsdien is hij docent aan het Instituut voor Sonologie. In het wintersemester van 2005-2006 vervulde hij het Edgard Varèse gastprofessorschap voor elektronische en computermuziek aan de Technische Universiteit van Berlijn. Sinds juni 2006 is hij hoofd van het Instituut voor Sonologie.
Projection
“In 1993, en later nog in 1995, heb ik veel tijd besteed aan het bestuderen van de mogelijkheden van G.M. Koenigs programma voor instrumentale compositie Projekt 1. Onlangs vond ik de DAT-tapes uit 1995 met test-opnames terug, samen met de gemaakte aantekeningen.Voor Projection nam ik een van deze opnames als uitgangspunt. Ik
besloot de quasi-instrumentale frases te gebruiken als input voor klanktransformaties met Kyma. Vervolgens plaatste ik de getransformeerde resultaten onder het originele materiaal, en verschoof de transformaties van iedere groep met klanken vooruit en achteruit in de tijd. Zo ontstond een soort van canonisch netwerk met een maximum van 9 quadrafonische lagen.”

Projection (2009) 12’

Voyage dans l’espace deel 3 ‘Rayons de son’
“Edgard Varèse heeft in een radiogesprek voor de Franse radio in 1955 gememoreerd hoe hij zich tijdens een uitvoering van de Zevende Symfonie van Ludwig van Beethoven in de Salle Pleyel in Parijs bewust werd van een vierde dimensie in de muziek. Doordat de Salle Pleyel ‘rijk is aan akoestische verrassingen’ en doordat Varèse op een plaats in de zaal zat die ‘over-resonant’ was, stelde hij zich plots de door de nagalm veroorzaakte verlenging van de klank voor als een projectie van de klank in de ruimte, precies zoals een sterke schijnwerper een lichtbundel kan projecteren. Klank zou zo, aldus Varèse, net als licht, een reis door de ruimte moeten kunnen maken. De idee van een ‘verlenging van klank’ is in dit werk zowel letterlijk als metaforisch opgevat. ‘Letterlijk’ wil zeggen dat de klank door middel van elektronische nagalm extreem werd verlengd. ‘Metaforisch’ wil zeggen dat een verlenging van de klank meer werd begrepen als een serie klanktransformaties. Het uitgangsmateriaal voor de klanktransformaties bestond uit elf bewerkte frases van de Varèse-tekst, en een gelijk aantal korte frases uit het door Varèse genoemde Trio van het derde deel van de Zevende Symfonie van Ludwig van Beethoven.”

Kees Tazelaar – Rayon de Son

René Uijlenhoet
“Een voorliefde voor karakteristieke geluiden met een rafelige oppervlakte en een donkere onderkant motiveert mij om stukken te maken. Wanneer tijdens het experimenteren in de studio zo’n rafelige klank met diepgang zich laat bouwen of vangen, vormt deze klank de basis voor een grillige compositie waarin hij tot zijn recht kan komen. De Voorzienigheid is een mooi voorbeeld van deze werkwijze: het stuk werd als het ware mede gecomponeerd
door de klanken zelf. De Voorzienigheid werd op uitnodiging van het Muziekgebouw aan ‘t IJ gecomponeerd in opdracht van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst. Een elektronisch zilverachtig ‘flageoletten koraal’ vormde de aanzet voor ‘Before it Happened’ en ‘When it Happened’. Deze beide werken klonken eerder tijdens de opera Wake (De Vries/Mittchel/Uijlenhoet 2010). Wake werd door het NFPK+ mogelijk gemaakt.”

‘Before it Happened’ 3’
‘When it Happened’ 15’
uit de opera Wake (2010)
De Voorzienigheid (2006) 15’

Henry Vega
Henry Vega (New York, 1973) werkt als componist en musicus in modern theater, dans en concertmuziek. Zijn muziek varieert van instrumentale virtuositeit tot subtiele kleurrijke composities waarin traditionele instrumenten gecombineerd worden met elektronische geluid. Hij combineert theatrale uitvoeringen met video volgens een minimale esthetiek waarin simpele harmonieën kruisen met noisy contrapunt. Vega’s werk is uitgevoerd in Europa en Amerika. Hij treedt vaak op met zijn trio The Electronic Hammer en de elektronische muziektheatergroep The Spycollective. Hij schreef muziek voor o.a. het ensemble MAE, VocaalLAB, ensemble Intégrales en The Roentgen Connection.

Machines of Moisture (2010)
“Dit stuk is geïnspireerd door het werk van Peter Holden; zijn installaties van mechanische lichamen die met verrassend menselijke synchroniteit bewegen zetten mij aan tot een muzikale reactie. De expressieve lengte die hij met minimale middelen in zijn werk bereikt, fascineert mij. Hij bouwt simpele machines, maar de nep-lichaamsdelen scheppen een valse menselijke relatie. Deze ‘menselijke kunstmatigheid’ interesseerde mij en versterkte mijn idee voor deze compositie. Machines of Moisture is gericht op het scheppen van simpele manipulaties van een beperkte groep vocale samples. De muziek is uitsluitend gebaseerd op gesampelde stemgeluiden, in herhaalde blokken waarvan de eigenschappen licht veranderen gedurende het stuk. De vocale samples zijn afkomstig van Anat Spiegel, met wie ik al lange tijd samenwerk.”

Machines of Moisture (2010) 5’

Kristoffer Zegers 
Kristoffer Zegers (Breda, 1973) studeerde compositie bij Gilius van Bergeijk, Clarence Barlow, Diderik Wagenaar, Martijn Padding en Jan Boerman aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. De muziek van Kristoffer Zegers is gevormd door de Haagse School en bestaat grotendeels uit elektronische muziek, klankmanipulaties met computers met of zonder begeleiding van een ensemble. In de muziek van Zegers is bijna altijd sprake van microtonale klankvelden en motieven die zeer langzaam van toonhoogte veranderen (glissando). Zelfs in de ritmische structuren is steeds sprake van ritmische faseverschuivingen en wiskundige modellen die worden vertolkt in muziek. Hierdoor ontstond zijn motto ‘Glissandez mes enfants, glissandez toujours!’ vrij vertaald naar de oorspronkelijke uitspraak van de Franse componist César Franck: ‘Modulez mes enfants, modulez toujours!’ Zijn compositie Singularity IV werd in 1999 in de Grote Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam opgevoerd. Zijn saxofoonoctet Electroshocks is niet alleen in Nederland uitgevoerd maar ook in België, Duitsland en Canada. In november 2008 werd zijn compositie Pianophasing uitgevoerd door 50 pianisten op 25 piano’s in ‘s-Hertogenbosch in het festival November Music. Deze compositie is ook uitgevoerd tijdens het Huddersfield Contemporary Music Festival in Engeland, 2009. Pianophasing is genomineerd voor de Royal Philharmonic Society Award in Engeland. Zegers heeft met verschillende ensembles en organisaties samengewerkt zoals: Orkest de Ereprijs, De Volharding, fluittrio Tegenwind, Saxappeal (Belgie), Quasar (Canada), Kohinoor Saxofoonkwartet, The Arte Quartet (Zwitserland), Asko Kamerkoor, Civitella Ranieri Center, Huddersfield Contemporary Music Festival, November Music 2003 en 2008.

Système Solaire
“Door de eeuwen heen blijft astronomie de mensheid fascineren. Wetenschappers maken
berekeningen van afstanden van sterrenstelsels, er zijn legenden over sterrenbeelden, astrologie geeft inzichten en ook in de muziek komen we de astronomie of astrologie weer tegen, bijvoorbeeld The Planets (ca. 1914), een legendarische benadering van de hemellichamen van Gustav Holst. Système Solaire is een niet-legendarische, koel-wetenschappelijke benadering van de planeten, parametriek en ruimteplaatsing. Na deze wetenschappelijke benadering kiest de componist Zegers juist weer voor een emotionele wijze van componeren, wat dit onderwerp ook nodig geeft. Dertien planeten en de zon worden 8-kanaals weergegeven via een computerprogramma. Ouderwetse opnames van rotaties (twee maal 4-kanaals) worden toegepast om de banen van planeten weer te geven in deze compositie. Samples van gebeurtenissen, geluidsfragmenten, worden verbouwd tot een nieuwe compositie over de planeten. Système solaire bestaat uit veertien kleine composities over de hemellichamen. Deze kleine composities worden aan elkaar gelast door een ‘achtergrond ruis’ die is opgebouwd uit de verschillende planetenklanken, draaiend door de ruimte. Deze compositie zal worden voltooid ca eind 2010 – begin 2011. Er zullen reeds
meerdere planeten hoorbaar worden op November Music 2010 (wereldpremière).”

delen uit Système Solaire (2010)
K. Zegers – ceres
K. Zegers – haumea
K. Zegers – neptune
K. Zegers – sun

tags: , , , , , , , , , , , , , , ,

Geef een reactie

3 reacties
  • Joke Kegel zegt:

    Ik wens alle componisten heel veel succes bij hun concerten. De composities zijn prachtig, zelfs in m’n eigen huiskamer komen te overtuigend over. Nu nog kijken of ik even langs kan komen in Den Bosch.

  • Jansens01 zegt:

    Wat een leuke compilatie van CS, in NV, de planeten van Zegers zijn wel erg indrukwekkend…

  • [...] van Rossum,  Jorrit Tamminga, Kristoffer Zegers, Kees Tazelaar en  René Uijlenhoet. In een eerdere  Café Sonore blogposting kon je al het een en ander beluisteren en info over alle componisten kun je daar vinden. Deze [...]